Bergen
Vorige week ben ik in een ander leven gestapt en daarom rijdt ik nu in een klein autootje door een heuvelachtig landschap. Het smalle asfaltweggetje ontrolt zich voor me over de volgende heuveltop alsof de asfaltman op een dag besloot om zonder voorbereiding eens een weggetje over deze heuvels aan te leggen. Na hem zijn nog enkele collegae dezelfde weg gegaan zodat er een zeer dikke laag met een gevaarlijk stijl randje is ontstaan. Mijn kleine auto past uitstekend in dit liefelijk landschap en ik rijdt in opperbest humeur totdat ik een bushokje zie en me realiseer dat ik hier ook een bus tegen zou kunnen komen. Dat gaat nooit passen. Het zweet breekt me uit. Stel dat ik deze bus nu net tegenkom op een helling en dat ik dan achteruit een goed heenkomen zou moeten zoeken. Als er iets is wat ik echt niet goed kan dan is het achteruitrijden. Of het nu komt door mijn latent schele blik of simpelweg door de dubbele hoeveelheid X-chromosoom weet ik niet maar ik stuur steevast de verkeerde kant op. "Laten we het beste er maar van hopen," prevel ik en tegelijk voel ik een warm gevoel onder mijn billen alsof ik een acuut incontinentieprobleem heb opgelopen. Het autootje blijkt stoelverwarming te hebben.
Opgelucht bereik ik een grotere weg en vraag me af wie hier voorrang zou hebben. Rechts, zoals ik gewend ben of de eerste de beste zoals in Amerika. Zonder problemen draai ik de weg op en tevreden kijk ik naar de vrolijk gekleurde houten huizen en de bomen vol met kortmossen. Ik zoek een radiozender op en na een nummer van Madonna uit de nieuwste James Bond film volgt het journaal. Een zangerige mannenstem zegt iets in de trant van "halemoele khane jeune Saddam miste ralle Bush" en ik begrijp dat het conflict rond Irak het onderwerp is. Verder vang ik nog de woorden Antrax en Blair op maar ik kan er verder niets uit wijs worden. Ik heb al in geen week iets van het nieuws gehoord terwijl de derde wereldoorlog wellicht op uitbreken staat.
Ik ben hier in het Noorse Bergen geland en sindsdien woon ik in een klein kamertje, heb ik werk in een laboratorium aan het water en rijdt ik twee keer per week naar het ziekenhuis om metingen te verrichten. Ik heb hier geen man en of kinderen maar ik leef in een international groep en praat daarom engels en eet rare dingen als rendierstoofpot, jacobs-schelpen die erg lekker zijn en smerige ludefisk, een chemisch voorverteerde vis. 's Ochtends ontbijt ik met muesli iets wat ik normaal nooit doe omdat ik het gekauw op de vroege ochtend zo vermoeiend vind maar het is beter dan haring of visseneitjes op hele dikke plakken brood. Ik zit helemaal in een ritme van lange dagen werken, comateus slapen en droge humor.
Als ik 's avonds terugrijdt en de zoveelste dubbele rotonde heb gehad zie ik een glimp van een rode zon in het fjord en weet ik dat ik bijna thuis ben.
Ik parkeer de auto naast het roestbruine gebouw en controleer twee keer de handrem vanwege de helling. In mijn kamer hang ik mijn jas op en pak de telefoon.
"Mama! roept Sebastiaan aan de andere kant van de lijn. "Jij mag ook pannenkoek eten," komt Elise uitnodigend erbij en ik weet dat ik nog drie weken lang van mijn echte thuis verwijderd ben.
vorige column
archief