Goliath
Ik probeer het onder mij verdwijnende landschap niet te zien. Al hoger en hoger gaat het. Wat bezield me eigenlijk om hier tientallen meters boven de bomen te zijn terwijl ik het al benauwd heb op een keukentrapje. Tik, tik, tik, klinkt het wagentje onder mij. De tussenposen tussen de tikken wordt al langer tot zometeen de laatste tik zal aangeven dat we de afgrond in gaan. Ik wou dat ik ergens anders was.
Gelukkig zit ik aan alle kanten vast in mijn stoeltje. Er zit een beugel over mijn schouders, een gordel om mijn heupen en een stang over mijn bovenbeen. Zo weet ik tenminste zeker dat ik niet van pure ellende uit mijn bakje zal stappen. Met mijn hoogtevrees kan de diepte zo aan me trekken dat ik wellicht in een vlaag van verstandsverbijstering spring.
Het is Sebastiaan's schuld dat ik hier zit. Vorig jaar stond hij met zijn vriendje met heilig ontzag te kijken naar de grootste achtbaan van Europa met beide beentjes keurig op de grond. Martin probeerde ze er van te overtuigen dat een ritje echt heel leuk zou zijn maar ze piekerden er niet over om het te proberen. Een uurtje geleden in de auto heeft Max verklaard dat hij deze keer met zijn papa in de Goliath gaat, waarop ik het nodig vond om te zeggen dat er vandaag helemaal niets hoeft en dat ik het heel dapper vind als iemand het lef heeft te zeggen dat hij ergens niet in durft. Sebastiaan zei niets.
Max had zich zo opgeladen voor zijn tocht in het groene monster dat hij vol overtuiging met zijn vader in de rij plaats nam. Sebastiaan keek even omhoog en zei dat hij wel met mij en Elise naar de draaimolen zou gaan. Gelukkig drong Max niet aan en besteedden we even tijd aan Elise die verrukt was over de draaimolen en een sullig treintje wat zich met slakkengang over de rails bewoog. Even later kwam Max met schitterende ogen en een kleur op zijn wangen verslag doen van zijn geweldige belevenis waarna hij Sebastiaan vroeg of die echt niet met hem mee wou gaan. Sebastiaan keek even naar zijn schoenen, leek iets te besluiten, en vroeg toen aan mij, "Ga je mee mam?"
In een fractie van een seconde begreep ik dat dit heel belangrijk voor hem was. Het was alsof er een oergevoel in hem was los gemaakt. Als hij nu met zijn bijna tien jaren in een natuurvolk geleefd had was dit het moment geweest om zich te bewijzen en deel te nemen aan een van de rituelen die een man van hem zouden maken. Was het tijd om zijn eerste nacht alleen buiten door te brengen of zijn eerste jachtbuit binnen te halen. De moderne jongetjes van deze tijd hebben andere testen realiseerde ik me. Hij was voor 99% zeker dat hij het aan zou kunnen, de andere procent moest van mij komen. Inwendig kreunend zei ik opgewekt, "Natuurlijk gaan we!"
In de rij keuvelde ik wat met Max terwijl Sebastiaan stilletjes de karretjes bestudeerde die ons voorgingen. Het wachten duurde lang maar ik zag geen enkel teken van twijfel bij Sebastiaan, in tegendeel, hij kreeg een steeds vastberadener houding. Ik hoopte maar dat hij geen spijt zou krijgen van zijn beslissing. Het lot bepaalde dat ik niet bij de jongetjes kon zitten maar met een wildvreemde meneer in een treintje eerder belandde. Dapper zwaaide ik naar de wachtende jongens en voelde mijn eigen angst, door mijn zorgen om hen naar de achtergrond gedrukt, in volle hevigheid los komen.
Daar is de afgrond. Ik knijp mijn ogen dicht en mijn lichaam, een beetje traag als een cartoonfiguurtje boven een afgrond, wordt meedogenloos de diepte in geduwd. Ik laat alle gêne varen (de jongens kunnen me toch niet zien) en gil mijn longen uit mijn lijf. Het is nog erger dan ik dacht. O, mijn arme zoontje, mijn arme zoontje, denk ik terwijl ik met misselijkmakende vaart door een aantal bochten wordt gesleurd. Met een ruk komen we tot stilstand en ik kan nog net Sebastiaan's koppie in het treintje schuin boven me zien voordat ook hij de diepte in wordt gestort.
Met onvaste benen loop ik naar een veilig plaatsje buiten het hek waar ik even moet zitten om mijn evenwichtsorganen in balans te brengen. Ik hoop intussen vurig dat Sebastiaan geen spijt krijgt van zijn moederlijk aangemoedigde kamikazeactie. Mijn arme zoontje. Met piepende wielen komt het bakje van mijn zoon tot stilstand. Hij klimt eruit en komt op me afgerend.
"Mam, mag ik nog een keer?" Een beetje beduusd knik ik en terwijl ik hem nakijk verbeeld ik me dat hij de laatste minuten gegroeid is.
vorige column
archief