Deugniet
Ik sta ingeklemd tussen een sjacherijnige meneer op een keukentrapje en een aardige student die zijn bierkratje met me wou delen. Op deze manier kan ik de helft van het plein overzien en zo te horen aan de kerkklok zijn we precies op tijd. Zijne Wijlen Koninklijke Hoogheid heeft de Delftse gemeentegrens gepasseerd.
Een militair met groene gelaatskleur wordt door een collega met een rood kruis op de mouw weggeleid. Het blijkt niet mee te vallen om als erewachter uren doodstil in de houding te staan. “Geef die man een borrel,” roept iemand. “Is hier geen Sint-Bernhardhond?”grapt een ander. Er klinkt gekraak en een gilletje. Er is weer iemand door een stoel of trapje gezakt. Koop dan ook iets goeds is de heersende menig van omstanders.
Raar sfeertje.
Ik toets het mobiele nummer van Sebastiaan in en ergens boven ons geeft een sateliet het signaal door aan mijn 11-jarige-zoon die erin geslaagd blijkt te zijn om charmant tot de voorste rij door te dringen zo’n drie meter voor mij. We zijn vanochtend in alle vroegte vertrokken en Sebastiaan vroeg terecht waarom we nu op een vrije zaterdag een oude man gingen begraven die we niet eens gekend hebben. “Vandaag, Sebastiaan, gaan we geschiedenis meemaken,” zei Martin en hij had gelijk.
Tegenover ons aan de andere kant van het plein staan de veteranen met al hun decoraties te kleumen. Mannen van een andere generatie, verknocht aan hun symbool de deugniet die volgens eigen zeggen wel degelijk deugde. Op de daken kruipen veiligheidsmensen terwijl de Koninklijke Familie over de loper van het stadshuis naar de kerk loopt. Ik zie maar een fractie van datgene wat de gemiddelde Nederlander voor de buis ziet maar dit is echt. Ik zie Máxima lopen en vraag me af of die brede ceintuur een zwangerschap moet verhullen en ik heb nooit geweten dat minister Zalm zo’n klein mannetje is.
De aankomst met de stoet is zeer indrukwekkend. Veel militair vertoon maar godzijdank geen gemarcheer. De afuit komt het plein op. Voor Lady Dianne’s laatste tocht had ik nog nooit van het woord gehoord. De student die nu wel heel nadrukkelijk tegen me aanstaat vertelt me dat de missing-man-formatie wellicht over komt vliegen als de mist het toelaat. De kist met witte anjer wordt uiterst voorzichtig op de schouders van uitverkoren militairen gedragen terwijl de Koningklijke Familie in de kerk verdwijnt. Ik kan me niet voorstellen dat ze de vliegtuiggroet niet zullen afwachten. ’t Zal wel niet doorgaan. Geroerd kijk ik naar alle veteranen en militairen die met de hand aan hun pet een laatste groet aan de kleurrijke Prins brengen.
Dan wordt het muisstil op het plein en na enkele minuten horen we en laag gebrom en verschijnen vier vliegtuigen heel laag boven het stadhuis. Recht boven mijn hoofd trekt de laatste Spitfire van Nederland steil de mist en recht de hemel in.
De rillingen lopen me over de rug.
vorige column
archief