Fiets

Met een zucht trek ik de deur van het studentenhuis achter me dicht. De lange werkdag inclusief vergadering met maaltijdsoep zit erop. Nu nog een half uurtje fietsen, een borreltje en naar bed. Ik graai naar de sleutels in mijn jaszak terwijl ik de brandgang tussen twee huizen inloop en abrupt blijf staan.
Ik kan mijn ogen niet geloven. De gang is leeg!
Schaapachtig staar ik naar de plek waar mijn oerdegelijke Hollandse fiets zou moeten staan. De regenpijp waartegen ik anderhalf uur geleden mijn fiets zette staat eenzaam in de schemering.
Elf jaar geleden hebben we onze fietsen gekocht toen ik zwanger was van Sebastiaan. Gloednieuwe fietsen, helemaal ingericht op het vervoeren van kinderen en boodschappen. Mijn fiets met een tuttig mandje voorop en een kinderzitje achterop met solide jasbeschermers om de kindervoetjes te beschermen. Aan de zadelstang een trekhaak voor de fietskar bedoeld voor weekendjes weg met tentje.
Ongelovig loop ik nutteloos het gangetje in terwijl langzaam tot me doordringt dat er maar één conclusie mogelijk is: fiets gejat. Gloeiende, gloeiende, gloeiende. Tegen beter weten in bel ik aan bij de dichtsbijzijnde huizen. Ik vraag mensen of ze misschien mijn fiets hebben gezien of dat heel misschien de fiets in de weg stond en daarom in hun tuin is gezet? Overal meewarig nee schuddende mensen. De fiets is en blijft weg.
Ik besluit met de bus naar huis te gaan. Mijn humeur wordt er niet beter op wanneer ik ontdek dat ik welliswaar de aankoopbon nog heb maar niet de framenummers van de fietsen. Wat moet ik nu zonder mijn dagelijks vervoermiddel en sinds kort zelfs mijn fitnessapparaat.
Na enkele jaren is gebleken dat het me als werkende vrouw met gezin niet lukt om ’s avonds te gaan sporten. Ik blijk na het werken, koken, kinderen in bed stoppen en afwassen tot niet veel meer in staat dan het laatste uurtje van de dag weg te zappen op de bank. Na een aantal pogingen aerobicen met volle maag of zwemmen vlak voor ’t naar bed gaan heb ik het opgegeven. Mijn fiets en mijn nieuwe baan hebben me gered van de totale verpapping. Nu ik twee dagen in de week drie kwartier van en naar werkplek fiets ben ik zomaar drie uur in de week aan het sporten.
Had ik de fiets nu maar ergens anders gezet. Had ik de fiets nu maar vastgemaakt aan die regenpijp. Had ik nu maar de framenummers. Deze en soortgelijke vrolijke gedachten houden me nog lang uit mijn slaap.
De volgende ochtend zoek ik het telefoonnummer van het installatiebedrijf op waartegen mijn fiets stond en waar niemand meer was op het moment dat mijn fiets weg bleek te zijn. Hoofdschuddend beziet Martin mijn acties,”Hou nu toch op! Accepteer het en laat je vrije dag nu niet verpesten.”
Koppig bel ik op. “Met Gnodde,” bast een stem aan de andere kant van de lijn. Hortend en stotend probeer ik uit te leggen dat ik hoop dat mijn fiets achter hun bedrijf staat. “Zal even kieken,” mompelt de man niet al te enhousiast. Even later is hij terug. “Is het een paarse met kinderzitje?”
Dolgelukkig spreek ik af de fiets de volgende dag op te halen en ik neem me voor de fiets meteen een grote beurt te gunnen en ook nog een mooi nieuw slot. Zingend pak ik spulletjes in voor ons dagje uit.
“Mama,” zegt Sebastiaan. “Waarom ben je nu zo blij. Gisteren had je toch precies dezelfde fiets?”

vorige column
archief