Sprong in het diepe
Trots kijk ik naar mijn dochter van zes die in een roze pakje langs de kant van het zwembad staat en naar me zwaait. Het pakje dat ze aanheeft geeft haar brede schouders en een kippenborstje door de drijvertjes die erin verwerkt zitten. De ronde kraag maakt dat het zwempakje er een beetje futuristisch uitziet. Ze kreeg het pakje 10 dagen geleden bij aanvang van de turbozwemcursus.
Elise heeft paarse oordoppen in. Die heeft ze gekregen van de keel- neus- en oorarts waar ze regelmatig komt sinds die keer dat ze als 1-jarige dreumes met een ernstige botontsteking met spoed werd geopereerd. Mastoïditis, een ontsteking van het rotsbeen achter het oor met gevaar van een ontstoken hersenpan. We zijn inmiddels heel veel antibiotica en twee buisjesoperaties verder. Twee jaar geleden hebben we haar tegen haar zin al na acht lessen door oorproblemen van zwemles moeten halen. De specialist zegt al een jaar dat zwemles kan maar ik zag het nog niet zitten om haar in de chloor-bacterie-dip te dompelen.
Nu springt ze van het startblok, resultaat van een lange warme zomer zwemmen in het meer en de turbozwemcursus van afgelopen week. Ze is helemaal watervrij. De hele zomer heb ik tegen mijn gevoel in geroepen dat ze alles mag en gejuicht bij die keren dat haar hoofd onderging. Ze doet haar best om haar nieuwe vriendinnetje bij te houden.
Vanaf hun eerste ontmoeting liepen Hilde en Elise hand in hand door ’t zwembad. Een week lang iedere ochtend zwemles en de laatste dag diploma of certificaatzwemmen. We hadden bedacht dat we in ieder geval veel lessen te pakken zouden hebben mocht de cursus weer een middenoorontsteking opleveren. Hilde heeft eerder een turboweek gedaan en vorige week niveau vier gehaald op het moment dat Elise niveau drie bereikte. Ze heeft vannacht al bij ons gelogeerd en daarom mag Elise nu een lesje met de groep van Hilde in het grote bad meedoen.
Tussen het zwemmen door staan de meiden te bibberen op de kant en ik ben blij te horen dat juf het tijd vindt om de drijfpakjes uit te doen. Vorige week was dat het moment waarop de kinderen nog even in het warme pierebadje mochten opwarmen. Ik pak mijn spullen en wil al naar de kleedkamers lopen wanneer ik zie dat het groepje een rijtje vormt halverwege het diepe bad.
“Ja!” roept de juf die zo aardig was Elise mee te laten zwemmen, en er springt een jongetje pardoes in het water. Mijn dochter staat halverwege de rij en de schrik slaat me om het hart. Terwijl ik pijlsnel mijn schoenen en sokken uitdoe en over het hek van de tribune klim schiet het beeld van een heel verschrikte Elise me door het hoofd. Twee maand geleden sprong ze naast me in het water zonder armdrijvertjes en zonk als een baksteen.
Ik probeer niet paniekerig over te komen maar zeg als ik naast de juf ben, “Mijn dochter zit nog maar in niveau drie, hoor”.Ze knikt terwijl ze geconcentreerd naar het meisje kijkt wat op het punt staat te springen. “Toe maar Hilde,” moedigt ze aan en ik ga zitten om haar niet te storen met haar les. Ik kijk naar mijn dochter die in het rijtje staat te bibberen en haar beurt afwacht.
Opeens ben ik weer het meisje van vier dat in het diepe moest springen met een zwembandje. Ik sprong en de kracht van het water sloeg het bandje uit mijn handen waardoor ik doorschoot de diepte in. Voor ik het wist was de badmeester me nagesprongen en ik met geen stok meer in het water te krijgen. Ik kijk naar mijn onbevangen dochter. Ik ben niet bang dat ze hier voor mijn ogen zal verdrinken maar verdorie, zo’n sprong kan alle moeite van de zomer en de turbocursus teniet doen. Ik loop rustig op de juf af en als een klein kereltje zich weer aan het trapje vastgrijpt zeg ik, “Ze heeft nog maar een week les gehad juf.”
“Uw dochter kan het best,” zegt de vrouw die ik een uur geleden pas voor het eerst ontmoette. Beduusd knik ik en steek moeizaam lachend mijn duim omhoog naar mijn dochter die op de rand stapt. Als in slow motion zie ik mijn dochter springen, ondergaan, bovenkomen en twee slagen zwemmen. “Goed zo!” toetert de juf, “Netjes zwemmen!” En terwijl mijn moederhart weer gaat kloppen zie ik het triomfantelijke koppie van mijn dochter bij het trapje boven de rand uitkomen.
Wauw!
vorige column
archief