Spijtebijt

Vroeger beet ik op mijn nagels. Vraag me niet waarom, ik deed het gewoon. Nagelbijten is nu niet bepaald het gedrag waar ouders blij mee zijn en dat was ook met mijn ouders het geval. Mijn vader vertelde me verhalen over eitjes van wurmen die zich onder de nagels zouden bevinden. Ik geloofde hem maar half en beet gewoon door. Pas op latere leeftijd kwam ik in aanraking met het fenomeen aarswormen wat mij weer bewees dat ouders niet liegen maar ook dat alles weten niet gelukkig maakt. Mijn moeder betoogde dat je later onmogelijk mooie nagels kon hebben als je iedere keer nagels tot in het vlees terugbeet. De verhalen hielpen niet, ik beet onverminderd door.
Kennelijk is het gewoon lekker om te bijten, net zoals het prettig is om met een speentje in je mond te lopen. Iets kinderachtigs wat je achter je moet laten. Doe je dat niet dan lijd je in dit geval aan onychofagie. Volgens psychologen is nagelbijten een uiting van spanningen ontladen. Nagelbijten is dan het compromis tussen het orale genot zoals bij het speentje en duimzuigen en de neiging om te bijten (een agressieve impuls).
Om de gewoonte te doorbreken kochten mijn ouders een goedje wat je op de nagels doet en wat ongelofelijk bitter smaakt. De naam van het middel klonk als spijtebijt en je had ook onmiddellijk spijt wanneer je gewoontegetrouw een vinger in je mond stak. Maar na een poosje ontdekte ik dat wanneer je door de eerste bittere smaak heen was je als vanouds door kon gaan.
Mijn ouders gooiden het over een andere boeg en gingen gewenst gedrag belonen. Ik was in mijn nagelbijtperiode weg van Pipi Langkous, een stoere meid die precies deed waar ze zin in had. Als ik een week niet op mijn nagels beet zou ik een poster van mijn heldin verdienen. Ik weet nog dat ik een heel moeilijke week heb gehad maar dat het me toch lukte. Om te vieren dat ik het gehaald had mocht ik de volgende dag als Pipi verkleed naar school. Mijn vader boog voor dit doel een stuk ijzerdraad om mijn hoofd zodat mijn moeder er twee dwars uitstaande vlechten omheen kon maken. Wat voelde ik me stoer.
Mijn dochter Elise had tot vorige maand keurige nageltjes met een mooi wit randje. Bij feestelijke gelegenheden lakten we samen onze nagels want gelukkig ben ik nog net op tijd opgehouden met bijten om nog acceptabele nagels over te houden.
Maar die tijd lijkt nu definitief voorbij.
Elise zit op vioolles. Ze had het er al twee jaar over sinds een kennismakingsles op school. Je wilt een jong talent niet in de kiem smoren dus vorige maand was het eindelijk zover. Ik had nog geen idee wat het in zou houden maar daar kwam ik snel achter. Het is niet alleen de bedoeling dat ik wekelijks mee ga naar les maar ook wordt mijn inzet bij het dagelijks oefenen op prijs gesteld. In een vlaag van overmoed heb ik een viool voor mezelf gehuurd om gezellig mee te kunnen doen.
Vandaag was het onze vierde les en we kunnen al heel aardig Kortjakje wegzagen. Alleen het vasthouden van de viool kostte al een hele les en de les daarop bleek het minstens zo moeilijk om de stok goed vast te houden, laat staan geluid uit die twee dingen samen te krijgen. Vandaag kregen we de gouden tip om iets aan onze vioolhand te doen. We moeten onze nagels knippen.
Zo kort mogelijk.

vorige column
archief