Mama's wens

"Goedemorgen mama, het is al dag," meldt Sebastiaan opgewekt waardoor ik met een schok uit een droom ontwaak. Ik weet zeker dat hij zich vergist maar knip toch een lampje aan om de wekker te zien. Hij heeft gelijk maar mijn lichaam denkt daar anders over. Met een zucht sta ik op en hoor Elise al miemelen in haar bedje. Er is geen ontkomen aan. Een werkdag is begonnen. Ik zet m'n bril op, haal een breeduit lachende Elise uit haar bedje en vraag Sebastiaan om zich beneden aan gaan kleden voor de televisie. Martin verdwijnt onder de douche terwijl ik Elise een bordje pap geef en ik ga onder de douche wanneer Martin brood voor Sebastiaan smeert. Vervolgens maken we zes tassen klaar met naast ons een tevreden Elise die zelf haar flesje drinkt en proberen ondertussen nog een paar happen brood en veel te hete thee naar binnen te werken. Vervolgens laad ik alvast de crèchetas van Elise in de auto samen met mijn twee tassen en kijk op mijn horloge. We zijn mooi op schema. Sebastiaan doet zijn overblijftasje op zijn rug en Martin neemt zijn werktas en Sebastiaans gymtas voor zijn rekening, Elise laat zich geduldig in haar autostoeltje installeren. Dan start ik de auto.
Tevergeefs.
Er komt een hoog geluidje en verder niets. Hulpeloos kijk ik Martin aan. Ik probeer het nogmaals maar weer slaat de motor niet aan. Ik geef het op. "Wat is er," vraagt Martin. "Geen idee," mompel ik. Geërgerd wisselen we plaatsen maar het lukt hem ook niet. Er zit niets anders op dan de fiets te nemen. Nog een geluk dat we niet ver hoeven.
Het is natuurlijk niet gek dat een twaalf jaar oude auto een keertje niet wil starten maar ik heb evengoed de smoor in. Een auto moet het doen, punt uit. 's Middags raad ik Martin aan te kijken in het boek over auto-onderhoud dat ik eens onder hoongelach van hem aanschafte. De instructie is haast te mooi om waar te zijn. Simpelweg de auto een eindje achteruit duwen in de vierde versnelling zou voldoende zijn. We zijn een beetje sceptisch maar doen exact wat mijn boek voorschreef en de auto start zonder markeren tot grote blijdschap van Martin die iets heeft met deze auto. Ik heb al vaker het gesprek richting inruil gestuurd maar hij wil er niets van weten. Trots vertelt hij 's avonds op het feestje bij de buren dat hij in een handomdraai onze auto heeft gerepareerd. Het is maar goed dat hij mijn kant niet opkijkt want ik proest van het lachen.
De volgende ochtend gaan we zonder problemen op weg maar twee kilometer verder slaat de motor af voor een stoplicht. Martin duwt de auto, Sebastiaan zit paniekerig te zeuren, Elise klapt in haar handjes en ik probeer naar een veilig heenkomen te sturen. Ik hield al niet van deze auto en nu heb ik er schoon genoeg van. Ook al hebben behulpzame monteurs die ons op de hoek al lachend op stonden te wachten ons binnen een kwartier weer op weg, mijn besluit staat vast. Aan Martin's hoofd zie ik dat het moment eindelijk rijp is om voorzichtig voor te stellen langs onze vertrouwde garage te gaan om te kijken wat ze aan auto's hebben.
Twee uur later zijn we de trotse bezitters van een rode stationwagon. Het voelt onwerkelijk decadent gelijk het inruilen van een limousine met vol asbakje. Bovendien lijkt het misschien wat impulsief en niet helemaal doordacht, maar ik moet bekennen dat ik al heel lang gedroomd heb van een stationcar met twee kinderen achterin.


vorige column
archief